The Deep 

Gulli is een dikke, late dertiger, type goede lobbes, die zijn melk zo uit het pak drinkt en nog bij zijn ouders woont op een van de Westerman eilanden voor de zuidwestkust van IJsland. Op een koude nacht in 1984 vaart hij met een handvol collega’s uit op een vissersboot. De mannen varen het noodlot tegemoet: enkele uren later vergaat heel plotseling hun schip. Na een schietgebedje op de kiel van de gekapseisde vissersboot begint een verbeten strijd om te overleven in het ijskoude water. De lange, bange uren op zee zijn prachtig gefilmd. Je bent bij Gulli in de ijzige Atlantische Oceaan en voelt de kou en de duizelingwekkende hopeloosheid van de situatie. Andere vissersboten varen vlak langs de verkleumde Gulli, maar zien hem niet. Als God hem nog maar één dag zou geven, dan zou hij thuis zijn melk eens uit het glas drinken, om zijn lieve moeder een plezier te doen. En hij zou de laatste afbetaling doen op zijn motorfiets, want hij wil niet doodgaan terwijl hij iemand geld verschuldigd is. Een erg goede zoon vindt hij zichzelf niet, blijkt uit de mijmeringen van Gulli als hij de dood in de ogen kijkt in de ijzige zee, maar hij houdt van zijn moeder. Zijn leven is niet zo opwindend, maar hij wil het voor geen goud verliezen. Als het erop aankomt blijkt Gulli een bovennatuurlijke doorzetter, die het schier onmogelijke doet om te overleven. Regisseur en scenarioschrijver Baltasar Kormákur doet geen poging om van Gulli een held te maken, of zijn overleven enig belang te geven. Een collega schipper, liefhebbende vader, gaat genadeloos ten onder in de golven. Kormákur doorsnijdt de sober gefilmde overlevingsstrijd van Gulli met korrelige beelden uit zijn jeugd. Wie is dit gemoedelijke moederskind dat de wetenschap voor een raadsel stelt? Hoe kan het dat hij zes uur in een ijzige Atlantische Oceaan overleefde? Het tweede deel van de film steekt nogal flets af bij de dramatische, intense episode die zich op zee afspeelt. In plaats van de verwerking van het drama binnen de kleine eilandgemeenschap ruim baan te geven, gaat het plotseling alleen nog over het vinden van een antwoord op de vraag hoe Gulli levend uit het koude water wist te komen. Weg is het invoelbare drama. Het antwoord op het raadsel van zijn overleven blijkt vrij banaal en dient zich bijna terloops aan. Een film die ijzersterk begint, maar wat flauw eindigt. (PHILIP HOFMAN)

Meer filmbesprekingen: