Van spuiten naar schoffelen

Of een biologische bloemkool nou lekkerder of gezonder is dan een gewoon kooltje, daarover lopen de meningen en smaken nog steeds uiteen, maar dat ecologisch boeren beter is voor dier en milieu, dat is een waarheid als een koe.

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit noemt biologische landbouw een ‘kraamkamer van duurzaamheid’. De ervaringen die daar nu worden opgedaan, zijn volgens het ministerie belangrijk voor de toekomst van de gehele agrarische sector. Jan Overesch schakelde met zijn intensieve vee- en akkerbouwbedrijf geleidelijk over op ecologisch boeren. Eind jaren ’70 begon hij met de intensieve teelt van maïs en fabrieksaardappels. Dat zijn aardappels waarvan het zetmeel als grondstof in bijvoorbeeld behangplaksel wordt gebruikt. Hij hield ook varkens. In de stal stonden de dieren op de betonnen vloer dicht tegen elkaar aangedrukt. De zaken gingen goed, maar Overesch voelde steeds meer onvrede over de onnatuurlijke manier van ondernemen. ‘Je moet grote aantallen produceren, tegen steeds lagere kosten. Daarvoor heb je kunstmest en pesticiden nodig. De chemische concerns hebben dan de regie in handen.’

Verzet
Na tien jaar boeren op de intensieve manier, begon Overesch zijn eigen milieubewuste verzet. ‘Ik probeerde zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Alleen als het echt niet anders kon, deed ik er een beroep op.’ Hij bezocht boeren die al volledig biologisch werkten. Dat zette hem steeds meer aan het denken. ‘Ik zag dat het ook anders kon; dat een boerenbedrijf niet ten kostte van milieu, mens en dier zo goedkoop mogelijk een maximaal aantal producten hoeft voort te brengen.’ In 1994 besloot Overesch zijn groenten echt ecologisch te gaan verbouwen, helemaal volgens het boekje. Het luidde veel veranderingen in. ‘Eerst moesten de fabrieksaardappelen eruit; die leenden zich niet voor een biologische aanpak.’ Er kwamen nieuwe gewassen als granen, spitskool, broccoli, suikermaïs en pompoen. Het werken zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest maakte zijn werk ambachtelijker. Er werd weer geschoffeld, in plaats van bespoten. De Nederlandse consument lijkt daar steeds meer voor te vallen. In de eerste helft van vorig jaar steeg de verkoop van biologische voedingsmiddelen met ruim 15%. Opmerkelijk: zelfs prijsbewuste klanten van supermarkten als Aldi en Lidl kochten 40% meer biologische producten.

Puzzelen
Overesch werd gedurende de omschakeling naar een groene bedrijfsvoering zelf regelmatig bezocht door agrariërs met interesse in biologisch boeren. ‘De complimenten die ik kreeg, deden mij goed. Tegelijkertijd schaamde ik me ervoor, dat we in de varkenshouderij nog op de intensieve manier werkten.’ In 2002 maakte hij die ook biologisch, een hele klus. ‘Het was veel ingrijpender dan de overgang bij de akkerbouw. We moesten een boel zelf uitvinden. Van het voer, tot de manier waarop je met gezondheid van de dieren omgaat.’ De varkens kregen de ruimte, ouderwets stro om op te luieren, en vrije inloop naar binnen en buiten. De stallen werden drie keer zo groot en  heel anders van opzet. Dat vergde een pittige investering. Overesch: ‘De oude stallen waren nog niet afgeschreven, dus we hebben met de Rabobank flink zitten puzzelen om de bouwtekeningen en het kostenplaatje op elkaar af te stemmen’. De omzet van het biologische varkensvlees viel de eerste anderhalf jaar nog wat tegen, maar nu zit de vaart er aardig in, mede door de export naar Duitsland en Groot Brittannië. Ook een biologische boer moet omzet draaien, maar de winst laat zich volgens Jan Overesch niet alleen in euro’s uitdrukken. ‘Ik kan mijn vakmanschap beter gebruiken en de omgang met onze dieren is natuurlijker en respectvoller. Dat geeft veel meer arbeidsvreugde.’

Twee andere afleveringen uit deze serie:

Groen van kas tot klant